|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beschrijving
De Ranitomeya Ventrimaculata (vroeger Dendrobates Ventrimaculatus genoemd - zie info) zijn 15-20mm groot met vijf helder gele, oranje tot rode strepen op de zwarte rug en zijkant. Deze kikker is overdag zeer actief, vooral in de ochtend en de namiddag en vroege avond. Variatie binnen deze populaties is groot. De blauwe kleur op de poten varieert, de zwarte of grijze stippen zijn verschillend van grootte. De gekleurde lijnen verschillen in dikte en lengte. Deze gikfkikker vindt men terug in Guyana, Ecuador, Peru, Venezuela, Colombia, Amazone bekken (zie kaart). De vrouwtjes zijn wat ronder van vorm, maar het enige zekere geslachtsonderscheid is de baltsroep van het mannetje, een zacht zoemend geluid. Voedsel In hun natuurlijke omgeving bestaat het voedsel uit mijten, slakjes en allerhande kleine insecten. In gevangenschap beperkt het dieet zich vooral tot met vitamine (Amphib van Herpetal) bepoederde fruitvliegen, springstaartjes, erwtenluizen, rijstmeelkevers en stofkrekels. Weideplankton (opletten dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt), bonenkevers, evenals tropische pissebedden kunnen ook aangeboden worden. Ze eten graag en in behoorlijke hoeveelheden. Fruitvliegen, springstaarten en erwtenluis kweken is vrij eenvoudig, voor enkele recepten kan je een kijkje nemen bij voedseldieren. ![]() Huisvesting Ranitomeya Ventrimaculata zijn kleinere gifkikkers en doen het goed in een vrij hoog paludarium. Ze klimmen graag en houden van beplanting, vooral in bromelia's zitten ze vaak. Deze soort dient als koppel of in een groep gehouden te worden. Inrichten als een vochtig warm klimaat. Het paludarium bekleden met vochtabsorberende materialen tegen de wanden (varenwortel of soortgelijk materiaal), een waterstroom en/of enkele ondiepe poeltjes maken het kompleet. Als bodembedekking gebruik je turf en boomschors. Een hoge luchtvochtigheid is absoluut essentieel, 80% tijdens de dag en 's nachts mag dit oplopen tot 100%. Minstens tweemaal per dag wordt het totale verblijf gesproeid, bij voorkeur vroeg in de morgen en in de loop van de namiddag. De aan te bevelen temperatuur is overdag tussen 22-27°C, 's nachts mag dit dalen tot kamerniveau. Door middel van een verwarmingselement kun je de temperatuur constant houden. Verlichting is vooral belangrijk voor de planten, TL-buislampen (T5 lampen) kunnen hiervoor gebruikt worden. De verlichting moet dagelijks minimum 12u branden. Ranitomeya Ventrimaculatus hebben graag beplanting, ze vertoeven graag in kelken van bloemen zoals in bromelia's. Mijn vier gifkikkers Ranitomeya Ventrimaculata zitten samen met mijn drie Dendrobates Azureus. Omdat de Azureus eerder de lage gebieden opzoekt en de Ventrimaculata het hogerop zoekt zijn er geen problemen binnen deze 2 soorten. De twee soorten lijken elkaar goed te aanvaarden. Ze zitten samen in een paludarium van 1m lengte op 50 cm breedte en 60 cm hoogte. De achter- en zijwanden zijn bekleed met varenwortel, hiertegen zijn grote stukken tropisch hout bevestigd. De gaten en kieren zijn opgevuld met PUR, daarover is FixAll gesmeerd en tenslotte varenwortelgruis. Er is voorzien in een automatisch sproeisysteem met geruisloze pomp, een verwarmingselement en extra pomp voor de watercirculatie. 2 ventilatoren garanderen een constante en minimale airflow in de bak. De verlichting zit op een cycle unit, voor 's avonds is er een extra LED verlichting dat maanlicht simuleert. De mistmachine is van ZooMed en werkt tijdens de ochtend en late avond, telkens een half uur. Voor uitgebreide informatie over het opbouwen en inrichten van een paludarium neem een kijkje bij technieken. Voor een animatie van de mistmachine (Repti Fogger), kan je terecht bij video. ![]() Gedrag / Kweek De mannetjes roepen met een zacht gezoem en lokken zo de vrouwtjes naar de afzetplaats, waar het vrouwtje 4 tot 12 eieren legt. Vervolgens zal het mannetje het legsel bevruchten en blijven verzorgen. Na +/- 15 dagen komen de kikkervisjes uit, en zal het mannetje de larven op zijn rug naar het watergedeelte brengen. De larven zullen dan voor zichzelf gaan zorgen. De watertemperatuur ligt het beste tussen 21-24°C. De kikkervisjes zijn kannibalistisch aangelegd en dient men te voederen met muggenlarven, fijngehakte regenwormen en visvoer. Na een 100tal dagen gaan de jonge kikkertjes aan land en kunnen dan worden overgezet in een kweekterrarium. Na een dag of 2 zullen ze beginnen eten. Bij kunstmatig uitbroeden is het aan te raden om de eitjes reeds een dag na afzet te verwijderen. Indien de eitjes in een petrischaal liggen wordt daar water ingegoten zodat de eitjes net onder water liggen. Vervolgens dekt men de petrischaal af en laat ze staan bij een temperatuur tussen 24-26°C. Als de kikkervisjes uitkomen plaatst men ze over in een plastic bakje met 3cm aan water. De waterstand dient men te verlagen naar een 2cm van zodra de voorpootjes doorbreken, dit is een 90tal dagen later. Verder voorziet men in een stukje land en zullen de jonge kikkertjes landwaarts gaan circa 10 dagen later. Bij een gezonde voeding zullen de kikkers geslachtsrijp zijn na 1,5 jaar, en voor verdere generaties kunnen zorgen. ![]() Ziekte en verwonding Het is van groot belang om uw kikkers steeds van nabij te volgen en goed op hun gedrag te letten. Als je afwijkend gedrag ziet, aarzel dan niet en plaats de kikker zo snel mogelijk apart in een quarantainebakje. Het apart plaatsen is van belang voor het behoud van de overige kikkers in het paludarium en uiteraard ook voor de genezing van het betrokken kikkertje. Kleine wondjes kunnen ontsmet worden met betadine (zeer hard verdunt op de wond aanbrengen of een heel klein beetje in een bakje met water), indien de wond al ontstoken is en er al een bacteriële infectie is (bacterieën die zich in de wond hebben genesteld) kan men deze behandelen met Baytril (8 druppels op 125ml lauw water, kikker 10 minuten laten baden in het water en dit gedurende 5 à 6 dagen). Twee soorten darmparasieten komen geregeld voor: flagellaten en nematoden. Als de kikker lusteloos is, veel in het water zit, zich verstopt en een waterige ontlasting heeft is de kans groot dat hij last heeft van flagellaten. Deze parasieten bevinden zich in het darmstelsel, maar spelen vooral op wanneer de weerstand van de kikker te wensen overlaat. Gebruik hiervoor Flagalex: 1 deel op 8 delen lauw water. Druppel van deze oplossing iedere dag, gedurende een week, 1 druppel op de nat gemaakte rug van het dier. Besproei de bak met een oplossing van 1 ml Flagalex op 5 liter water. Als de kikker lusteloos is, wel eet maar gewicht verliest kan het zijn dat hij last heeft van nematoden. Je kan dan een behandeling proberen van Panacur: Doe 4 druppels in 1 liter water. Sproei 3 dagen met handsproeier in heel de bak, dan 14 dagen rust, en dan weer 3 dagen sproeien. Het beste is natuurlijk dat u een dierenarts vind die gespecialiseerd is in pijlgifkikkers en dat je een aantal keren per jaar een mestonderzoek van je pijlgifkikkers laat doen! De reptielenarts die onze dieren onderzoekt en behandeld is Dokter Luc Lambrechts. Giftigheid De Pijlgifkkers of poison-dart frogs beschikken over een merkwaardige eigenschap : ze scheiden hun gif af via hun huid. Tot op heden gebruiken de Cholo-indianen (Colombia) nog het pijlgif, uitsluitend voor de jacht. Met een perfekt nagebootste lokroep, waarop de kikkers antwoorden, worden ze gemakkelijk gelokaliseerd en gevangen. Bij het aanraken van de kikkers beschermen de indianen hun handen met bladeren. De speerpunten worden op de rug van de dode kikkers gedoopt, en afgeschoten met een blaaspijp. Indien de pijlen droog bewaard worden blijven ze nog tientallen jaren giftig. Het gif is zo sterk dat het een jaguar vrijwel ogenblikkelijk verlamt. Dendrobaten zijn in staat alkaloïden (stikstof bevattende plantenbase) op te nemen via voedsel. De samenstelling van het huidgif wordt voor een groot gedeelte bepaald door de samenstelling van het voedsel, met de daarin aanwezige alkaloïden. Deze alkaloïden zijn aangetroffen in onder andere tropische mieren, kevers en miljoenenpoten. Uit het wild afkomstige gifkikkers kunnen nog jaren een hoge concentratie huidgif produceren, terwijl ze slechts gevoerd worden met bepoederde fruitvliegen. In de huiduitscheiding van dendrobaten zijn reeds meer dan 400 verschillende alkaloïden aangetroffen. Enkele vb van alkaloïden in de geneeskunde zijn: atropine, codeïne, morfine… Het belangrijkste huidgif van dendrobaten is Batrachotoxine en valt onder de giftigste stoffen die in de natuur voorkomen, zelfs cyaankali is minder giftig! Het gif wordt uitgescheiden door over het gehele lichaam verdeelde huidklieren. Het werkt in op het centrale zenuwstelsel, en veroorzaakt verlamming op de spieren en zenuwen. De Phyllobates terribilis beschikt, in tegenstelling tot andere Phyllobates soorten, over de grootste hoeveelheid hiervan. De vaak bonte tekening van een gifkikker dient als signaal voor zijn predatoren, daarbij hebben alkaloïden een bittere smaak en zijn daarom gifkikkers minder aantrekkelijk. De kleur dient dus als herkenningsmiddel, aan de hand hiervan weet de predator dat het prooi niet lekker smaakt. Dit biedt de kikker de mogelijkheid ook overdag actief te zijn. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||